Geüpdatet op

Een vijzel wordt ook mortier genoemd. Je ziet ze wel eens staan bij de apotheek, ‘ter decoratie’, want zo werden onze pillen vroeger gemaakt. Maar het is ook een van de oudste keukeninstrumenten. In een letterlijke handomdraai meng en maal je er gedroogde kruiden of specerijen mee fijn. Denk aan peperkorrels, kardemon of kaneel, maar ook zeezout, rijst, enz. Je dient wel wat kracht te zetten, maar de aroma’s komen je tegemoet!
Of je kan er verse kruiden tot een pasta kneden, bv. pesto, guacamole of een currypasta.

De vijzel bestaat uit een beker en een stamper van een hard materiaal: marmer, graniet, hout, aardewerk of zelfs kristal. De binnenkant is soms gepoleist, maar bij voorkeur ruw, zodat de kruiden niet gaan ronddraaien, maar goed worden vermalen door de wrijving. Een Japanse vijzel heet een suribachi en heeft steeds een geribbelde binnenzijde en een houten stamper.

Je ziet vijzels ook in uiteenlopende maten. Je kan best op voorhand nadenken welke maat past bij jouw gebruik.
Je kiest best voor een zware vijzel, die blijft goed op z’n plek staan bij het malen. Vermijd poreuze, die smaken opnemen. Is er toch een geurtje achtergebleven, plet dan een handvol droge, ongekookte rijst: de rijst neemt de geur over. Indien nodig, kan je dit meerdere keren doen.

Tip: doe je vijzel ook nooit meer dan 1/3 vol: zo heb je voldoende ruimte om te malen.
En wie het allemaal nog niet voor zich ziet: er zijn uiteraard filmpjes te bekijken op youtube!

Vijzel kopen? >>